Home Innovatie & Strategie Stil of slim: steden mogen kiezen

Stil of slim: steden mogen kiezen

2
samen

Steden zitten op een potentiële goudmijn. Steeds meer onderdelen van de openbare infrastructuur worden uitgerust met sensoren. Stoplichten, verkeerslussen, lantaarnpalen, camera’s, slagbomen, voertuigen en schuifdeuren vertellen ons wat ze doen. In allerlei formaten genereren al die apparaten duizelingwekkende hoeveelheden data. En er komt dagelijks meer bij. Schattingen over waar we staan in 2020 lopen sterk uiteen. Van pakweg 20 tot 50 miljard verbonden apparaten die van 44 tot maar liefst 600 zettabytes aan data leveren en meer. (Eén zettabyte heeft 21 nullen – 1021 bytes. Laten we het houden op ‘onvoorstelbaar veel’).

Verliesuren

Op plaatsen waar veel mensen samenkomen (de steden) leidt dat tot een concentratie van gegevens waarmee opmerkelijke dingen te doen zijn. En dat is maar goed ook, want de steden slibben dicht. Het aantal ‘voertuigverliesuren’ (het reistijdverlies door filedruk) zal volgens Rijkswaterstaat tot 2020 met bijna 30 procent toenemen. Als we willen voorkomen dat onze steden onbereikbaar worden, zullen we slim moeten omgaan met onze mobiliteit. En dankzij het Internet of Things (het IoT) kan dat ook.

Stel je voor dat stoplichten actief worden aangestuurd op basis van actuele verkeersstromen. Dat intelligente programma’s gebruik gaan maken van de data die gegenereerd worden door de vele duizenden sensoren die in onze infrastructuur zijn verwerkt. Verkeer wordt zo automatisch omgeleid bij drukte, wegopbrekingen, ongelukken of volle parkeergarages. Stoplichten staan net zo vaak en lang op groen of rood dat niemand nog nodeloos hoeft te wachten. Auto’s van buiten de stad worden automatisch naar transferia geleid als de luchtkwaliteit in gevaar dreigt te komen. Dat kan allemaal. Nu al.

Stappen maken

En er kan nog veel meer. Denk aan intelligente stadsverwarming, aan straatverlichting die alleen werkt waar dat nodig is. Of aan woningen die zelf energie genereren en delen. Op het gebied van energievoorziening en milieu kunnen steden de komende jaren enorme stappen maken. Simpelweg door te meten en data te combineren in modellen die zorgen voor een optimale verdeling en verbruik.

Geholpen door serieuze investeringen vanuit zowel lokale overheden als Europa zijn al heel wat Europese steden druk bezig initiatieven te ontwikkelen die gebruikmaken van de nieuwe mogelijkheden van het IoT. Nederland is zelfs een van de meest enthousiaste ontwikkelaars van dit soort innovaties. Maar het gebeurt nog lang niet overal.

Er zijn ook steden en gemeenten die niet goed raad weten met dit digitale geweld. Er is te weinig kennis, er is te weinig budget. Of er is niemand die de kar wil trekken. Er zijn talloze redenen denkbaar waarom Smart City projecten niet van de grond willen komen. En dat is meer dan alleen jammer.

Innovatieklimaat

Slimme steden zijn niet alleen aantrekkelijker om in te wonen. Ze zullen ook zeker aantrekkelijker zijn om in te werken. De bereikbaarheid is hoger, de kosten lager, het innovatieklimaat beter. En ook voor toeristen is een Smart City een stuk vriendelijker. Dit vanwege slimmere voorzieningen, schonere lucht en veiligere binnensteden. Je kunt je laten weerhouden door allerlei beren op de weg. Geen van de bezwaren weegt echter op tegen de winst die je kunt behalen door werk te maken van het Internet of Things.

Uitstellen is geen optie. Want dan garandeer ik je dat je achterstand op andere gemeenten zo oploopt dat, over enkele jaren al, de effecten merkbaar worden. Dan loopt het toerisme terug, vertrekken de bedrijven en kom je terecht in een spiraal van leegloop en achteruitgang. En dan wordt het stil op straat. Stil, of slim. Je kunt nu nog kiezen.

Spencer Hinzen, Regional Sales Director Southern Europe bij Ruckus Wireless

 

 

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here