Home Outsourcing Retransitie: partnership of opportunisme

Retransitie: partnership of opportunisme

518
dainamics

Het beëindigen van contracten is onlosmakelijk verbonden met outsourcing. De ervaring in de markt met contractbeëindiging neemt toe. Zowel opdrachtgevers als leveranciers krijgen het overdragen van kennis steeds beter onder de knie. Wat daarbij helpt is dat de contracten van de derde en vierde generatie veel duidelijker beschrijven welke verplichtingen partijen over en weer hebben. Toch zijn er nog weinig retransities die vlekkeloos verlopen.

Waar bij veel retransities de irritatie over ontstaat is de financiële afhandeling van het traject. Het is niet eenvoudig om bij de ondertekening van een contract een goede inschatting te maken van de kosten. Er zijn veel factoren die bepalen welke inspanning de latende leverancier moet doen bij een retransitie. Aanpassingen van het contract gedurende de looptijd kunnen invloed hebben op de retransitie-inspanning van de latende leverancier. Verder maakt het ook verschil aan welke nieuwe leverancier er wordt over gedragen en hoe deze nieuwe leverancier de dienstverlening gaat inrichten; denk aan locatiestrategie, architectuur en technologie keuzes. Indien een opdrachtgever besluit om de dienstverlening weer zelf ter hand te nemen, vraagt dat in veel gevallen om extra retransitieinspanningen van de latende leverancier. Kortom veel onzekerheid over de toekomstige retransitie inspanning bij contractondertekening.

Van die onzekerheid maken zowel de opdrachtgever als de latende leverancier gebruik tijdens de commerciële onderhandelingen over de retransitiekosten bij contractbeëindiging. Welke kosten mag de latende leverancier in rekening brengen voor het overdragen van de dienstverlening? In een discussie over kosten zijn beide partijen erbij gebaat om gelijke uitgangspunten te hanteren. Hierbij kunnen partijen kiezen om de partnershipgedachte te blijven volgen. Bij deze gezamenlijke strategie gaat retransitie het meest geruisloos maar moet er wel wat extra budget worden aangevraagd om de retransitie te realiseren. Maar in de meeste contractonderhandelingen over de retransitiekosten voert opportunisme de boventoon. De opdrachtgever verwacht dat de leverancier geen extra kosten in rekening brengt en de latende leverancier probeert zo veel mogelijk extra kosten in rekening te brengen, daar de contractrelatie toch eindig is. Het resultaat in de meeste gevallen is dat de retransitiekosten niet lager zullen zijn dan in de partnership strategie. Wel resulteert deze strategie in een exponentiele toename van management aandacht en zal er in veel gevallen vertragingen optreden in de uitvoering van de retransitie-activiteiten. We kunnen dergelijk strategie zien als opportunistisch. Met name bij opdrachtgevers met een zwak management kiezen latende leveranciers voor deze opportunistische strategie. Een dergelijke strategie is van latende leveranciers wel te begrijpen, mede omdat het collectief geheugen van opdrachtgevers relatief kort is. Een opportunistische insteek met retransities zal de latende leverancier in toekomst niet diskwalificeren bij potentiele opdrachtgevers.

Uiteraard verdient een opportuntische strategie geen schoonheidprijs. Eigenlijk kent het alleen maar verliezers. Moeten partijen er dan maar op vertrouwen dat bij een retransitie een partnership-aanpak gevolgd zal worden? Dat is wellicht een beetje naïef. Wellicht is het toch, ondanks alle onzekerheid, een goed idee om in een retransitieplan vooraf op te nemen welke bedrag in rekening mag worden gebracht als percentage van de omzet van de laatste twaalf maanden van het contract. Daarmee transformeert de retransitie naar een fixed price resultaatsverplichting. Ik wens de leveranciers veel succes.

Prof. dr. Erik Beulen, Universiteit van Tilburg en houder van de KPMG Global Sourcing leerstoel

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here