Home Data & Storage Big Computing

Big Computing

36
dainamics

Gezien de overweldigende aandacht voor data en wat die waard zijn voor bedrijven, de overheid en uiteindelijk ook voor ons, zou je bijna gaan vergeten dat er ook nog iets met die data gedaan moeten worden. Daar moet mee gerekend worden en ze moeten geanalyseerd worden. Dat levert dan weer informatie op die weer verwerkt moet worden, enzovoort. Net als big data moet er dus zoiets bestaan als big computing: enorme computerkracht om al die data te verwerken, en niet te vergeten, de applicaties te draaien die daar allemaal voor nodig zijn.

Veel mensen zullen het wel herkennen: je slaat thuis al je data op. Dat begon op een computertje met bescheiden capaciteit, die gaandeweg uitgroeide tot een snelle pc met schijven van 1 terabyte of meer. Voor menigeen is ook dat niet voldoende gebleken. Zij hebben een ’network attached storage’-apparaat, kortweg NAS, in huis gehaald. Alle data die je in je hele leven verzamelt past daar op. Voor een handige gebruiker zijn die gegevens ook via internet toegankelijk, desgewenst ook voor derden. Daarmee raakt de USB-stick uit de gratie, want die is dan niet meer nodig voor uitwisseling van bestanden. Net zo goed via internet toegankelijk, maar dan zonder dat er een eigen opslagserver voor nodig is, zijn de Dropboxen en OneDrives (voorheen Skydrive) en iClouds van deze wereld. Opslagdiensten die volledig in de cloud werken.

Snel en betrouwbaar
We zijn er zo onderhand helemaal aan gewend om met data om te gaan, of dat nu documenten zijn, foto’s, films of mp3-bestanden. En het wordt steeds gewoner dat die niet meer op je eigen device staan, maar ergens in de cloud. Maar wie staat nog stil bij wat er allemaal in die cloud nodig is om dat voor elkaar te krijgen? Dan zijn er nog de applicaties die we uit de cloud halen, denk aan e-mail en Facebook. Op het werk zijn Google Apps en Office 365 populair. Steeds meer bedrijfsapplicaties draaien in de cloud. Net als opslagcapaciteit moet die cloud dus de nodige rekencapaciteit – servercapaciteit – bieden. Wat hier allemaal achter zit zal de gebruiker weinig kunnen schelen. Als de applicaties in de cloud maar snel en betrouwbaar werken. Zorgen voor gevirtualiseerde rekenkracht is dus vooral een extra uitdaging voor providers en andere bedrijven die hun medewerkers en klanten applicaties uit de cloud aanbieden

Een uitdaging waar we de bedrijven graag mee helpen. Minder complexiteit, meer intelligentie, dat was voor ons het uitgangspunt. Concreet betekent dat we hebben gezorgd voor één enkele, geïntegreerde architectuur voor computing, networking, beheer, virtualisatie en toegang tot opslagvoorzieningen. Het resultaat hiervan is dat een provider minder apparatuur hoeft aan te schaffen en dat het beheer van servers (al dan niet virtueel) sterk vereenvoudigd wordt. Kortom, deze aanpak zorgt ervoor dat de overstap naar cloud-computing of IT-as-a-Service veel gemakkelijker wordt.

Altijd goed
Bedrijven kunnen dus snel diensten en applicaties uitrollen voor eindgebruikers. Er hoeft maar één keer een profiel aangemaakt voor bepaalde toepassingen en dat profiel kan honderden keren gekopieerd worden. Resultaat is dat de toepassing direct goed draait, er worden geen fouten meer gemaakt en alles wordt volgens dezelfde standaarden opgezet. Ook de security is direct op het juiste niveau, vooropgesteld dat die de eerste keer correct is geconfigureerd. Dit speelt zich allemaal af aan de achterkant: je wint tijd terwijl je er zeker van bent dat je diensten of applicaties steeds op exact dezelfde manier kunt aanbieden. Dat ziet de gebruiker allemaal niet, maar hij merkt het wel!

Het is nu vijf jaar gelden dat we met dit Unified Computing System (UCS) op de markt kwamen. Dat was een grote uitdaging, want we betraden een zeer volwassen markt. Toch zijn we zijn er in geslaagd om IT-industrie flink op te schudden met de eerste echte server innovatie in jaren. Het sloeg meteen aan, er volgde een periode van snelle groei en voortdurende technologische innovatie.

Ook na het eerste lustrum gaat die innovatie verder. Dat moet ook. Een voorbeeld hiervan is Application Centric Infrastructure (ACI), dat de flexibiliteit van software combineert met de schaalbaarheid en prestaties van hardware. ACI geeft een volledig overzicht en van zowel fysieke als virtuele IT-middelen die in een netwerk zijn opgenomen en biedt geïntegreerd beheer hiervan, toegesneden op de behoeften van applicaties. Meer intelligentie, minder infrastructuur, kortom.

Het is zonneklaar dat de verwerkingskracht in de cloud, in datacentra, in hoog tempo moet toenemen om aan de vraag te kunnen voldoen. Big computing is net zo relevant als big data, het is zelfs een voorwaarde. Maar de grootste drijfveer zal de vraag van de gebruiker zijn, die niet alleen zijn data uit de cloud zal halen, maar ook de applicaties.

Michel Schaalje

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here