Home Internet Cookiewetsvoorstel belastender dan Europese richtlijn

Cookiewetsvoorstel belastender dan Europese richtlijn

34
tui
Menno Weij, Solv. Advocaten

Er is al veel gesproken en geschreven over de zogenaamde “cookiewet”. Recent verschenen antwoorden van Minister Verhagen op vragen van de Eerste Kamer over het wetsvoorstel. Een belangrijk onderdeel betreft de nieuwe eisen voor het gebruik van cookies. De Eerste Kamer heeft zich zeer kritisch getoond over de wijze waarop de nieuwe Europese cookieregels in het Nederlandse wetsvoorstel zijn geïmplementeerd. Hieronder volgt een overzicht van interessante punten in de antwoorden van de minister.

De minister stelt voorop dat het van het ‘allergrootste belang’ is dat binnen de Europese Unie geen interpretatieverschillen over de nieuwe regels bestaan. Vanwege dit belang om interpretatieverschillen te voorkomen, is Nederland zo dicht mogelijk bij de tekst van de richtlijn gebleven, aldus de minister. De argumentatie is echter onjuist. Nederland heeft als enige lidstaat een rechtsvermoeden geïntroduceerd, waardoor de strenge Wet bescherming persoonsgegeven van toepassing is op tracking cookies, tenzij kan worden bewezen dat er geen persoonsgegeven worden verzameld. De richtlijn maakt echter geen onderscheid tussen tracking cookies en andere cookies. Maar vooral: de richtlijn rept niet over een rechtsvermoeden. De introductie van een rechtsvermoeden is daarmee een extra regel, en bovendien een extra belasting waartoe de richtlijn geenszins aanleiding geeft.

De minister stelt verder dat toezichthouder OPTA terughoudend zal optreden zolang er binnen de EU nog geen consensus is bereikt. Als die consensus eenmaal is bereikt, kan OPTA met beleidsregels een nadere invulling aan de regels geven. Op zichzelf is het goed dat OPTA terughoudend zal handhaven zolang er nog geen consensus is. Het doet echter wel de vraag rijzen wie die duidelijkheid dan moet geven. Als alle lidstaten op elkaar wachten, dan gebeurt er niets. En dat is jammer, want er is momenteel veel onzekerheid en onduidelijkheid.

De minister benadrukt voorts, dat de huidige browsers niet geschikt zijn als manier om de vereiste toestemming te geven voor het gebruik van cookies. Opvallend is, dat hij wel de verwachting uitspreekt dat het uiteindelijk toch mogelijk zal zijn dat via de browser toestemming kan worden gegeven en verkregen. De minister spreekt daarbij expliciet uit dat hij een voorkeur heeft voor de browseroplossing. Dit vergroot niet alleen het gebruiksgemak, maar leidt ook tot kostenbesparing.

Tot nog toe was ook nog niet duidelijk of de nieuwe cookieregels ook zouden gaan gelden voor digitale televisie. De minister maakt dat nu duidelijk: als kijkgedrag wordt gevolgd door informatie uit te lezen die is vastgelegd op randapparatuur zoals een digitale decoder, dan zijn de cookieregels gewoon van toepassing.

Veel marktpartijen zagen een oplossing in device fingerprinting. Zij dachten (of hoopten) met gebruik van deze technologie niet aan de strenge cookieregels te hoeven voldoen. Die hoop is vervlogen. De wet is niet alleen van toepassing op het plaatsen van gegevens (cookies) op de eindapparatuur van gebruikers, maar ook op het uitlezen van gegevens die al aanwezig zijn in de eindapparatuur. En dat is precies wat device fingerprinting doet. Een praktisch probleem is wel, dat de gebruiker, anders dan bij cookies, niet kan controleren of hij wordt gevolgd door middel van device fingerprinting. De wet zal op dit punt dus heel moeilijk zijn te handhaven.

Tenslotte, met betrekking tot de bewijslast en het rechtsvermoeden schept de minister helaas geen duidelijkheid. De minister gaat er onder andere aan voorbij dat een rechtsvermoeden een bewijslast met zich meebrengt: de plaatser van de cookie zal moeten bewijzen dat er geen persoonsgegevens worden verzameld. Het is een last die een risico neerlegt bij de plaatser van een cookie: als hij niet kan bewijzen dat er geen persoonsgegevens worden verzameld, moet hij aan de strenge Wbp voldoen. Deze bewijslast (en daarmee bewijsrisico) is uniek en geldt niet in de andere Europese lidstaten. Zelfs de Wet Bescherming Persoonsgegevens kent een dergelijke bewijslast niet. Daarmee is het Nederlandse wetsvoorstel voor cookies wel degelijk aanzienlijk belastender dan dat de Europese richtlijn voorschrijft.

Menno Weij is partner bij SOLV advocaten, gespecialiseerd in Technologie, Media en Communicatie

 

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here