Home Innovatie & Strategie De corebusiness van de Formule 1

De corebusiness van de Formule 1

46
dainamics

Op 18 maart aanstaande gaat het nieuwe Formule 1 seizoen van start in Australië. Menig mannenhart gaat dan weer sneller slaan, want het kind in de man sterft nooit. Gelukkig maar, toch?

In de jaren ’50 en ’60 werd autosport, inclusief de topklassen, hoofdzakelijk bedreven door excentriekelingen die er vooral veel familiekapitaal doorheen joegen. In de jaren ’70 werd het al een stuk serieuzer, maar de sport werd nog steeds beheerst door rijders, teams, technici, organisatoren en publiek die de kern van de sport wilden ondergaan: de sensatie van het geluid, de geur van olie en de mystiek rond de helden.

Totdat “the little big man” Bernie Ecclestone zich aanmeldde met het Brabham Formule 1 Grand Prix Team. Hij ontpopte zich als een gewiekste zakenman en begon een bindende factor in de paddock te worden door de gezamenlijke belangen van de teams te dienen. Eenmaal aan de macht zorgde hij dat de teams veel, zelfs extravagant veel geld gingen verdienen. Dat maakte zijn positie alleen maar sterker. De belangrijkste officials, zoals de wedstrijdleider, rekruteerde hij uit zijn inmiddels opgeheven Brabham team en ook deze groep medewerkers verdiende meer dan ze ooit deed.

De core business van autosport was ooit van “het vermaken van het publiek op de tribune door races met auto’s die de absolute top op het gebied van techniek en snelheid zijn”. De competitie versnelde de ontwikkeling van nieuwe technologieën, die later in productieauto’s terug te zien waren. Zo had autoracen zelfs nog een zekere maatschappelijke relevantie.

Maar Ecclestone had al snel door wat de invloed van de TV kon zijn. Het belang van het publiek nam snel af ten faveure van het TV publiek. Het TV spektakel werd belangrijker dan eerlijke autosport. Voorbeelden zijn er genoeg. Zo mochten de brandstofmonsters van Ferrari na een uiterst dubieuze overwinning op Monza in de jaren ’80 niet onderzocht worden; Ecclestone spoelde ze hoogstpersoonlijk door de WC, want de Tv-show vereiste dat Ferrari zou winnen op Monza. Ook werden veelbelovende nieuwe technologieën, die de show in gevaar zouden kunnen brengen, verboden.

En zo begon de Formule 1 meer en meer het contact met de gewone wereld te verliezen en durf ik te stellen dat de Formule 1 nu in een soort van identiteitscrisis zit. Bernie en zijn teams zitten nog steeds met alles verblindende $-tekens in de ogen uit te rekenen hoeveel ze dit jaar weer kunnen verdienen, terwijl de wereld al lang wacht op een autosport waar nieuwe uitvindingen worden gedaan ten einde antwoorden geven op uitdagingen waar we vandaag met auto’s voor staan, zoals uitstoot van CO2, fijnstof en energieverbruik.

De Formule 1 zit in een spagaat: is de Formule 1 nu show of is het “het vermaken van het publiek op de tribune door races met auto’s die de absolute top op het gebied van techniek en snelheid zijn”? Je kunt Bernie en de zijnen verwijten dat er nooit een echte keuze is gemaakt, waardoor de Formule 1 nu een flauw compromis is tussen show en toptechnologie. Zo is er dus al ruim 30 jaar nauwelijks een veelbelovende technologie uit de Formule 1 voortgekomen.

Voeg daar de wereldwijde economische malaise aan toe en probeer dan te voorspellen wat de toekomst van de Formule 1 gaat worden.

Dit geldt voor elke ondernemer: denk goed na over de vraag ‘what business am I in?’ Ga ik voor de snelle cash op korte termijn, of probeer ik iets te leveren dat relevant is, en waar mijn klanten iets aan hebben?

Wie het weet mag het zeggen. Of beter nog: mag het mailen naar Bernie Ecclestone, want hij is al in de 80, en zoekt nog een opvolger…

Ton Serné, Serné Channel Marketing

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here