Home Ondernemen & Business Een echte IT kraker

Een echte IT kraker

87
tui
Menno Weij, Solv. Advocaten

De zaak Alert tegen een aantal Nederlandse ziekenhuizen kan in voetbaltermen zonder twijfel een echte “IT kraker” worden genoemd. Alert voert in Nederland meerdere procedures met ziekenhuizen in verband met de oplevering van een papierloze omgeving voor die ziekenhuizen, waaronder een papierloze patiëntenomgeving. Het project mislukt bij in ieder geval het Jeroen Bosch Ziekenhuis (JBZ) en bij het Tweesteden Ziekenhuis (TSZ). In eerste aanleg wint Alert de procedures tegen zowel JBZ als TSZ (en aarzelt niet dat ook met de media te delen trouwens). Maar de ziekenhuizen gaan in beroep – de return als het ware.

In het beroep door JBZ is onlangs door het Hof Den Bosch uitspraak gedaan. En wat mij betreft kan gerust gesteld worden dat JBZ een rondje verder is (en lijkt Alert trouwens ook verdacht stil). In de kwestie Alert/JBZ speelt de klassieker “verzuim” een cruciale rol (ik blijf maar even in voetbaltermen). En op dat punt ging JBZ in eerste aanleg hard onderuit. Geen verzuim betekent in Nederland immers doorgaans niks: geen ontbinding en vaak ook geen schade. (Een uitzondering is schade die blijvend – definitief – is geleden, die komt namelijk wel voor vergoeding in aanmerking zonder verzuim; helaas wordt dat in de rechtspraak zo nu en dan over het hoofd gezien.) Goed, terug naar de zaak JBZ/Alert. De rechtbank concludeerde in eerste aanleg: er is geen sprake van verzuim. Vorderingen afgewezen dus.

JBZ stelde zich op het standpunt dat er een fatale oplevertermijn was overeengekomen, en dan treedt verzuim van rechtswege in, bij het niet halen van die termijn. Maar de rechtbank oordeelt dat de opleverdata in zoverre flexibel waren dat zij gedurende het project steeds vatbaar waren voor nadere onderhandelingen. Dit gebeurt volgens de rechtbank met name als partijen gedurende het project een Change Proposal tekenen, waarin de fatale oplevertermijn naar achteren wordt verplaatst. Niet fataal dus. En een latere ingebrekestelling zijdens JBZ kon volgens de rechtbank ook niet als zodanig worden gekwalificeerd.

Maar zoals gezegd heeft JBZ zich in beroep meer dan in de wedstrijd teruggevochten: er is volgens het hof wel sprake van een fatale termijn, en dus wel verzuim. En dus ook ontbinding. En dus ook schadeplichtig, in beginsel althans – want de procedure gaat zich vanaf nu op die schadeomvang concentreren. Kern van het oordeel van het Hof: met het tekenen van het Change Proposal heeft JBZ nooit afstand willen doen van de oorspronkelijke specifieke (finale) oplevertermijn – mocht het nieuw afgesproken tijdpad niet (kunnen) worden gevolgd. Dat nieuwe tijdpad wordt inderdaad niet gevolgd, dus JBZ ontbindt de overeenkomst alsnog wegens het niet halen van de oorspronkelijke termijn . Even voor de duidelijkheid: de ontbinding wordt ook nog vóór die oorspronkelijke fatale termijn ingeroepen.

Ik zag een blog van een IT-jurist Walter van Holst die dit als onnavolgbaar kwalificeert, maar eerlijk gezegd zie ik het probleem niet. Allereerst baseert het Hof zich op de specifieke omstandigheden van dit geval, en in Nederland geldt dan het Haviltex criterium: wat mochten partijen onderling redelijkerwijs van elkaar verwachten, etc. Het Hof concludeert op basis daarvan dat JBZ geen afstand heeft willen doen van die oorspronkelijke planning, althans de rechten die daaraan kleven. Dat kan natuurlijk gewoon.

Maar ook in z’n algemeenheid is hier best iets voor te zeggen, vind ik. Het probleem is vaak dat je als opdrachtgever eigenlijk geen andere keuze hebt dan om mee te gaan in het schuiven van planning – je kunt niet zomaar de stekker er meteen uitstrekken – dat zal in veel gevallen als onverantwoord worden beschouwd. Scheiden is vaak pas het ultieme middel. Maar goed, met dat meebuigen word je vervolgens wel afgestraft voor die keuze als het project daarna alsnog mislukt. Veel opdrachtgevers gaan om die reden nat in procedures. In mijn optiek doet het Hof enigszins recht aan deze situatie. Maar goed, de oplossing is uiteindelijk natuurlijk door e.e.a. helder te specificeren bij het opstellen van dergelijke tussentijdse stukken. Een goeide governance-regeling kan daarbij helpen trouwens. Maar eerlijk is eerlijk: dat is misschien makkelijker gezegd dan gedaan.

Menno Weij is partner bij SOLV advocaten, gespecialiseerd in Technologie, Media en Communicatie

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here