Home Arbeidsmarkt & Onderwijs De ZZP-er: romanticus of sappelaar?

De ZZP-er: romanticus of sappelaar?

71

’s Ochtends heb ik toch altijd wel het eerste kopje koffie nodig om goed wakker te worden. Maar de afgelopen weken was het openslaan van de ochtendkrant genoeg om direct wakker te zijn. In het Financieele Dagblad ging FNV voorman Ton Heerts onlangs ongemeen fel te keer tegen alles wat hem niet zinde, en dan vooral de wereld die ZZP heet. Geen denken aan dat deze groep hun fiscale voordeeltjes (zelfstandigenaftrek) mocht behouden, laat staan aanspraak zou mogen maken op sociale voorzieningen. Liever zag Heerts de groep totaal verdwijnen en netjes in dienst treden bij een werkgever.

Een week later zorgde zijn natuurlijke tegenpool, Hans de Boer van VNO NCW voor hetzelfde ‘wakker worden zonder cafeïne-’effect, door fel van leer te trekken tegen bijstandsgerechtigden en ander ‘werkschuw tuig’. Dank aan beide heren; het scheelde mij toch twee cups van een duur koffiemerk, snel een halve euro.

Met een werkzoekenden-bestand van zo’n 600 duizend mensen, een groep van 400 duizend personen die in de bijstand zit, beroepskrachten die maar vervroegd met pensioen zijn gegaan en een fors bestand aan zieken, waarvan inmiddels meer dan de helft met psychische klachten thuis zit, moge duidelijk zijn dat er op de arbeidsmarkt aanbod genoeg is. Daarbij niet meegerekend de talloze huisvrouwen die wel een baan willen, maar die op hun niveau of voor het door hun geambieerde aantal uren niet kunnen vinden en de vele studenten die maar een jaartje doorstuderen om zo hun kansen op een baan te vergroten.

Frappant genoeg zijn er de klassieke sectoren als de aspergeteelt, de bloembollensector en magazijn- en inpakwerk (met een mooi woord: logistics genoemd) die hun arbeidskrachten elders moeten halen. Je hoeft geen economie gestudeerd te hebben – en wellicht is dat ook een pré – om te snappen dat er sprake is van een mismatch tussen het aanbod van en de vraag naar arbeid.

Voor sommigen is dan de ZZP-er – naar schatting nu zo’n 800 duizend- een oplossing, voor anderen juist een extra probleem.

Omdat ICT-ers in het ZZP bestand goed vertegenwoordigd zijn, en omdat ICT-ers als geen ander dagelijks te maken krijgen met een veranderende vraag naar kennis en kwaliteiten (iemand nog een Token Ring specialist nodig? Iemand?) mogen we ons best eens mengen in de discussie over een beter werkende arbeidsmarkt. Wessel van Alphen deed dat al in zijn laatste bijdrage.

Net zoals dé Nederlander, bestaat ook dé ZZP-er niet. Heerts c.s. willen hem graag als slachtoffer zien van kapitalistische uitbuiting, of hem juist wegzetten als grootverdiener die via het old-boys network van de ene mooie interim klus naar de andere hobbelt.

Daartegenover staat het meer romantische beeld van de zelfstandige ondernemer die werkt wanneer hij daar zin in heeft, altijd op zoek is naar nieuwe kansen en mogelijkheden en nooit wakker ligt van het gebrek aan opdrachten of inkomen.
Beide beelden zijn clichés en doen de meer complexe werkelijkheid geweld aan, maar hoe je er ook naar kijkt, we kunnen over het fenomeen ZZP-er het volgende stellen:

  1. Ze blijven
    De afgelopen maanden sprak ik de nodige managers van adviesbureaus en ICT- dienstverleners. Zij hebben tijdens de crisis de nodige mensen moeten ontslaan en hebben hun bedrijf wel of net niet failliet zien gaan. Geen haar op hun hoofd die er nu aan denkt om medewerkers weer in dienst te nemen. Professionals aan zich binden: prima, maar niet meer op de pay-roll. Hooguit is een constructie in de vorm van een coöperatie denkbaar.
  2. Ze kunnen soms niet anders
    Voor sommige beroepen geldt dat het ondenkbaar is dat deze anders dan als ZZP-er wordt uitgevoerd. Denk aan de hondenuitlaat-service, de pedicure, de personal coach of de thuiskapper. Een ondernemer zal nauwelijks voordeel behalen door deze mensen in dienst te nemen en de ZZP-ers zelf zullen niet snel de voorkeur aan een vast dienstverband geven. Je werk kunnen combineren met de zorg voor de kinderen, je eigen klanten kiezen en ophouden te werken wanneer jij dat wilt zijn behoeftes die bij een dergelijke groep leven.
    Daarnaast zijn er omstandigheden denkbaar die maken dat een professional niet anders kan dan als ZZP-er aan de slag te gaan. Denk aan het verrichten van mantelzorg, waardoor maar twee of drie werkbare dagen overblijven. Welke werkgever wil personeel met zo’n lage inzet?
    Of denk aan die 55-plusser die na een jarenlang dienstverband is ontslagen. Wie durft die man of vrouw nog in dienst te nemen?
  3. Het zijn geen grootverdieners
    Vele onderzoeken tonen aan dat het gemiddelde inkomen van een ZZP-er echt geen vetpot is. Soms is dat een vrijwillige keuze, soms ook een lot: er zijn gewoonweg niet meer goedbetaalde opdrachten.
  4. Ze zijn de smeerolie van de samenleving
    Eenieder die als of met een ZZP-er heeft gewerkt, weet het: in tijden van crisis zijn zij als eerste het haasje. Hoe goed ze ook in hun vak mogen zijn, ze zullen het altijd verliezen van de mannen met een vast dienstverband en worden als eerste naar huis gestuurd.
  5. Ze kunnen het zich niet permitteren moeilijk te doen
    Net als vele andere markten, is ook de arbeidsmarkt door de komst van het internet meer transparant geworden. Via een site als Werkspot kunnen we makkelijk een tegelzetter werven, via andere sites en intermediairs een Java-specialist of dot.net-ontwikkelaar. Daardoor staan ook tarieven onder druk en moet de ZZP-er ervoor zorgen altijd aantrekkelijk te blijven. Tijdens trainingen zie ik dan ook steeds meer zelfstandigen, die in de gaten hebben dat zij bij moeten blijven in hun vak. Iets waar werknemers wellicht niet de middelen voor krijgen of de noodzaak niet van inzien. Al met al zwemmen de meeste ZZP-ers in een ‘red ocean’ waarin het moeilijk blijft je van de forse concurrentie te onderscheiden en je al helemaal geen hoge eisen aan tarieven kunt stellen.

Al met al geldt voor de doorsnee ZZP-er dat het hard werken is, voor een matige tot goed belegde boterham. Dat de groep fiscale voordeeltjes geniet is duidelijk, aan de andere kant staat daar ook het gebrek aan rechten op sociale voorzieningen tegenover. Als je geen inkomsten hebt, heb je ook niks aan die zelfstandigenaftrek!

Het is daarom niet gek om de groep van ZZP-ers, waar de samenleving blij zou moeten zijn, wat meer bescherming en zekerheid te bieden. Uiteraard met zorgvuldigheid en keuzevrijheid omkleed.

Hoe dat eruit moet zien is een verdere discussie waard. Een discussie die als het aan de heren De Boer en Heerts ligt, kennelijk niet gevoerd mag worden. Maar gelukkig hangt het niet van deze heren af.

Opvallend aan de uitingen van beide mannen vond ik de felheid waarmee zij tekeer gingen. Zo noemde Heerts een Secretaris-Generaal van een ministerie ‘een rechtse gladjakker’ en was een hoogleraar ‘van het padje geraakt’. De uitspraken van Hans de Boer zijn via google eenvoudig te achterhalen.

Mij is altijd geleerd op de bal en niet op de man te spelen. Het feit dat Heerts en De Boer zo op de man menen te moeten spelen, geeft te denken. Vuil en vals spel treedt meestal op als één van de partijen merkt dat een verlies eigenlijk onvermijdelijk is.

Laten we hopen dat partijen de komende maanden in staat blijken wel een fatsoenlijke discussie te voeren. Die dikke miljoen mensen aan de kant en het legertje ZZP-ers verdienen het!

François van Heurn is zelfstandig ICT manager en –adviseur. Vanuit zijn achtergrond als econoom blijft hij zich verbazen over de moeite die organisaties zich dagelijks getroosten om rendement uit hun ICT investeringen te halen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here