Home Ondernemen & Business Onduidelijkheid bij het verwijzen naar online voorwaarden

Onduidelijkheid bij het verwijzen naar online voorwaarden

67
dainamics

Het op de juiste wijze verwijzen naar je algemene voorwaarden (wij juristen spreken overigens over “ter hand stellen”), levert nog wekelijks interessante jurisprudentie op. Zowel in de situatie dat je ouderwets ‘offline’ contracteert, als in de online, elektronische wereld. En het risico van niet op de juiste wijze naar je voorwaarden verwijzen, kan aanzienlijk zijn. Want de onderliggende overeenkomst (waar de voorwaarden op van toepassing zijn) is als zodanig gewoon geldig; alleen kan je je vervolgens niet achter je eigen kleine lettertjes in je voorwaarden verschuilen. Denk bijvoorbeeld aan een aansprakelijkheidsbeperking in je algemene voorwaarden die niet meer geldt. Tel uit je verlies……

Tot voor niet al te lang geleden hadden we slechts één regime voor wat betreft de regels over hoe op de juiste manier naar je voorwaarden te verwijzen – of meer juridisch gezegd: hoe de voorwaarden ter hand te stellen. Maar met dank aan onze Europese regels is daar nu een tweede regime bijgekomen, namelijk het regime voor dienstverrichters (in verband met de Dienstenrichtlijn). En u voelt het al aankomen: die beide regimes stellen niet precies dezelfde vereisten. Vooral speelt dit probleem als je niet langs elektronische weg contracteert maar als je ‘offline’ contracteert. Wat is het verschil, en wat is dus het probleem?

De – voor juristen – vertrouwde afdeling over ‘algemene voorwaarden’ stelt met zoveel woorden dat online voorwaarden voor later kennisgeving beschikbaar moeten zijn, door middel van een print- of opslaanmogelijkheid. Je kunt dus prima met een hyperlink verwijzen naar je voorwaarden, zolang je maar een print of opslag optie inbouwt als je op die hyperlink komt. Dat kan bijvoorbeeld met icoontjes, of door de voorwaarden in een format aan te bieden waarin die mogelijkheid bestaat, zoals PDF.

Maar sinds enige tijd hebben we ook dus een regime voor ‘dienstverrichters’, en dat regime bepaalt met zoveel woorden dat de online voorwaarden gemakkelijk elektronisch toegankelijk worden gemaakt via, kort gezegd, een hyperlink. Maar deze afdeling stelt niet de print- of opslag eis.

‘Wat boeit dat nou?’ hoor ik u denken, maar naar mijn smaak is het vreemd dat er verschillende regimes gelden, met alle gevolgen van dien zoals ik net al schetste. Het ene regime bestraft het niet bieden van die optie met een zwaar middel – namelijk de voorwaarden gelden niet – terwijl het andere regime die eis helemaal niet stelt. Dat vind ik al gek. En ik geef u meteen een voorbeeld uit de praktijk: een link naar een pop-up scherm met de voorwaarden, zonder print of opslaan optie. Zegt u het maar: hoe gaan we hiermee om onder de beide regimes?

En mijn zorg is onlangs bewaarheid geworden in een tussenvonnis van de rechtbank Oost-Brabant. De rechtbank oordeelt hier voor wat betreft het regime voor dienstverrichters als volgt: “Ingevolge het bepaalde in artikel 6:230e BW moeten de algemene voorwaarden tijdig voor het sluiten van de schriftelijke overeenkomst worden medegedeeld of beschikbaar gesteld. Noch uit de wet, noch uit de Dienstenrichtlijn (2006/123/EG, PbEU L 376) volgt dat de voorwaarden die op de in artikel 6:230c BW voorzien wijze worden verstrekt, gemakkelijk te downloaden moeten zijn en ter beschikking moeten blijven na het sluiten van de overeenkomst.” Voor alle duidelijkheid: de rechtbank geeft hier een oordeel over dat dienstverrichter-regime, en de crux is de laatste zin: je hoeft geen opslagmogelijkheid te bieden. Dat is nu precies mijn punt.

De rechtbank heeft overigens recent eindvonnis gewezen, en geoordeeld dat de partij die de voorwaarden hanteerde, het bewijs dat algemene voorwaarden gemakkelijk toegankelijk waren via de website, niet heeft geleverd.

Menno Weij is partner bij SOLV advocaten, gespecialiseerd in Technologie, Media en Communicatie

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here