Home Arbeidsmarkt & Onderwijs Intuïtief leren via gaming en individuele focus

Intuïtief leren via gaming en individuele focus

50

De eerste dag op school is voor veel ouders een belangrijke mijlpaal in het jonge leven van hun kind. Op school, daar gaan ze echt wat leren! Maar voor de kinderen is het vaak een flinke verandering. Het individuele leermodel waar ze thuis aan gewend zijn geraakt, verandert zodra kinderen naar school gaan: kinderen gaan van individueel leren naar klassikaal onderwijs.

Kinderen kunnen zich uren achter elkaar op een game concentreren, maar in de klas haken ze snel af. Frustrerend voor ouders en leraren. ‘Spelenderwijs’ is weliswaar een manier van leren die ook op scholen allang wordt toegepast, maar in klassikaal gegeven vakken is er over het algemeen geen ruimte voor. De meeste leermethodes zijn traditioneel ingericht en lenen zich slecht voor individuele processen binnen een groep. Ons onderwijs ziet er in de basis nog grotendeels hetzelfde uit als 30 jaar geleden. ‘Zendende’ leraren, weinig ruimte voor individuele tempo’s, een universeel lespakket en traditionele toetsingen zonder inspanningsmeting. En vaak is het onderwijs simpelweg niet leuk genoeg om kinderen te boeien. De leer-/ontwikkelervaring die kinderen thuis hebben is vele malen verder geavanceerd dan waar ze op school mee te maken krijgen; het onderwijs loopt achter.

Wat het onderwijs kan leren van games
De verschillende psychologische leerprocessen zijn ook nauwkeurig bestudeerd door hele andere partijen: de ontwikkelaars van games. Voor het succes van een game is het natuurlijk erg belangrijk dat de speler het leuk vindt om te blijven spelen. Je wordt op de juiste manier en op de juiste momenten geprikkeld om door te gaan. Ontwikkelaars van games gaan daar inmiddels zo ver in, dat de games zelfs gratis zijn geworden en de uitgevers hun inkomsten halen uit de ‘in-app’ aankopen, zogenaamde micro-payments. Een uniek wapen waarmee een speler bijzondere krachten krijgt of een bijzonder kledingstuk voor spelfiguren wanneer de speler een zeker niveau heeft behaald. Het gaat om kleine aankopen op een emotioneel moment, waarmee je jezelf als individu kan onderscheiden van de rest. En dat werkt uitstekend. Games weten mensen te boeien, te prikkelen, aan te zetten om iets nieuws te behalen, zich te concentreren en iets te leren. De communicatie is individueel maar kan ook in groepsverband plaatsvinden, bijvoorbeeld wanneer meerdere spelers zich bij elkaar aansluiten tot een team of een ‘clan’.

Deze prikkeling en interactie is nu juist het punt waarop het onderwijs in Nederland achterblijft. Het monopolie op kennis en
leren, zoals dat traditioneel op school bij de leraar (en bij uitgeverijen) lag, bestaat niet meer. Ze moeten concurreren met andere leermethodes en de vrijwel onbegrensde rijkdom aan kennisbronnen en op maat gesneden communicatiekanalen, via het web, sociale media, etc.

Met meer dan 30 kinderen in een klas en een sterke publieke roep om het kennisniveau van die kinderen te verhogen, is de druk op leerkrachten aanzienlijk. De belangrijkste taken van een leraar lijken mij het individueel inspireren en ontwikkelen. En juist dat is in ons huidige onderwijssysteem moeilijk. De vorm waarin onderwijs wordt gegeven en getoetst zal dus op de schop moeten, willen we er voor zorgen dat ons onderwijs tot de top van de wereld blijft behoren.

Digitaal individueel leren
Juist hier kan digitaal individueel leren een belangrijke bijdrage leveren. Wanneer bijvoorbeeld automatisch wordt bijgehouden hoeveel tijd iemand aan een opdracht of vak besteedt en welke resultaten daarmee behaald worden, zou dit prachtige informatie opleveren voor de leerling, de leraar en de school. Je kan bijvoorbeeld zien waar extra aandacht nodig is en waar een leerling wellicht sneller door de lesstof heen kan. Op die manier wordt onderwijs op maat echt mogelijk.

Klassikaal individueel onderwijs waarbij automatisch wordt bijgehouden hoe ver iedere leerling in de verschillende vakken is en waarbij de onderwijsmethodes ontworpen zijn met dezelfde ontwerpprincipes als in spelletjes (Applied Gaming), staan op het punt om uitgerold te worden. Zo’n systeem voor alle vakken in combinatie met suggesties voor verdere verdieping, kan leerkrachten concrete ondersteuning bieden. Op deze manier kunnen de echte kwaliteiten van de leraar beter worden ingezet en kan deze (eindelijk) weer doen waar hij of zij goed in is: lesgeven (in plaats van zich bezighouden met administratieve taken). Het wordt tijd om al die taken waar de leraar in de loop van de tijd onder bedolven is geraakt, weg te halen. De leraar moet weer een bron van inspiratie worden die precies helpt waar het nodig is, in plaats van als een soort radiozender voor de klas te staan.

De traditionele klassikale lesaanpak is in mijn ogen dan ook langzaam maar zeker aan het verdwijnen. Wanneer we kijken naar ontwikkelingen in onderwijs in het buitenland, zien we dat er bijvoorbeeld in ontwikkelingslanden flinke veranderingen plaatsvinden in de lesmethodes. Net zoals met telefoons of de tv’s worden daar tal van onderwijsontwikkelingen van de afgelopen jaren gewoon overgeslagen. Er draaien bijvoorbeeld in landen als Vietnam en Brazilië al grote Classmate PC-lesprojecten, waarbij iedere leerling een computer gebruikt en individueel, spelenderwijs kan leren.

Technologie maakt het mogelijk
Dit is voor een belangrijk deel te danken aan de zich snel ontwikkelende (en goedkoper wordende) technologie, die bijvoorbeeld zorgt voor de nodige intelligentie. En dat gaat in een onverminderd tempo door. Een van de gebieden die er de komende jaren voor zal zorgen dat kinderen op een veel natuurlijkere en intuïtievere wijze met computers zullen omgaan en spelenderwijs gaan leren, is sensortechnologie. Ultrabooks, notebooks en andere mobiele apparaten worden uitgerust met aanraakschermen, bewegingssensors en technologie om gebaren, gezichten en spraak te herkennen. Dit wordt ‘perceptual computing’ genoemd. De implicatie van deze sensortechnologie en de achterliggende intelligentie die de gegevens daarvan kan interpreteren, is dat kinderen straks een totaal andere relatie met deze apparaten krijgen. Het wordt een vriendje, een persoonlijke assistent die het kind begeleidt bij het leren, hulp en antwoord biedt bij vragen, en de voortgang in de gaten houdt. Binnen het schoolsysteem wordt de rol van de leraar dan meer die van inspirator en mentor. De computer zal de leraar dus zeker niet vervangen, maar zal de leraar wel ondersteunen bij een aantal taken.

Mijn zoontje van 1 gaat pas over een paar jaar naar school. Tot die tijd zal ik hem nog een berg moeten leren. Maar er zijn dingen die hij wel al kan. Hij begrijpt bijvoorbeeld al prima dat hij met zijn vinger over het scherm moet ‘swipen’ om een ander plaatje te zien. Dit bladeren voelt voor hem al heel natuurlijk aan, maar het is slechts een kleine voorbode van wat ons te wachten staat dankzij perceptual computing. Meer daarover een volgende keer.

Janko Grassère, Corporate Market Development, Intel Benelux

 

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here