Home Cloud Lego in de IT Smart Factory

Lego in de IT Smart Factory

59
Lego

In IT is steeds minder visueel en tastbaar, de meeste dingen die je doet zijn virtueel. Actie nemen op wat je ziet bestaat uit kijken naar monitoring- en event-reports, ofwel reageren op rode bliepjes en stuiterende grafiekjes.
Wij hebben vorige maand een extra fysieke stap toegevoegd: we maken onze fabriek zichtbaar met lego, virtueel of fysiek, altijd bruikbaar.

Cloud bouwen
Een van onze projecten is het bouwen van een Enterprise Cloud.
Klinkt wollig die Cloud, maar uiteindelijk zet je toch gewoon fysiek ijzer neer: in een datacenter staat een kast cq rack waarin 8 chassis (schappen in de kast) passen, en in ieder chassis passen vervolgens weer 8 servers (blades). Allemaal strak aan elkaar geknoopt met netwerktouwtjes (via de fabric interconnect).

Eindelijk dus iets zichtbaars, tastbaars, visueels – met daarbovenop dan alsnog een virtuele laag van servers, switches en storage. (..na het fysiek inbouwen is weer elk actie softwarematig: je configureert alles vanuit je console).

Behalve bouwen moeten we ook opschalen: schappen erbij, extra blades op de schappen, een grotere fabric interconnect waardoor de kast opeens touwtjes heeft voor 12 i.p.v. 8 schappen.
Uiteindelijk is dus het fysieke stuk niet te onderschatten: een Cloud draait op ijzer. En opschalen van een Cloud is derhalve fysiek ijzerwerk.

Het stomme is: het opschalen bedenken we allemaal in Excel.
In Excel kloppen we in cellen, rijen en kolommen in hoeveel er op voorraad ligt in het magazijn, hoeveel er in bestelling is, hoeveel er al ingebouwd is, hoeveel er nog bijgebouwd kan worden, welke klanten extra capaciteit willen.

En aangezien de voorraad prijzig is, moeten we diverse scenario’s voor inbouwen vanuit de beschikbare voorraad naspelen. Dat deden we in Excel, want dat zijn we zo gewend. En dat maakte slimme besluiten nemen best moeilijk, want die Excel is zo lastig leesbaar. Zelfs nadat we een mooie visualisatie hadden gemaakt van volle en lege schappen in de diverse kasten via een gekleurde staafdiagram.

Opeens dacht ik terug aan de hamvraag uit een eerdere blog: hoe kunnen we het voordeel dat echte fabrieken behalen uit de zichtbaarheid van hun productiestraten vertalen naar de wereld van IT?
En vraag me niet waarom, maar in mijn ooghoek zag ik Lego-blokken staan.
Had ik prosecco op? Plots werd het me duidelijk: we moesten onze scenario’s nabouwen in Lego.

Planning met Lego

Het ging snel, sneller dan we ooit met Excel tot elkaar waren gekomen.
De bouwplaat, dat was de kast, waarop een aantal chassis pasten. Links en rechts van de plaat, want ieder virtueel datacenter wat we bouwen bestaat uit 2 identieke silos (kasten-setjes) op een verschillende locatie. Voor de uitwijk en redundantie.
Een chassis, dat was een groen lego-blok van 8 bolletjes.
En daarop pasten dus 8 kleine 1-pits-blokjes voor de 8 blades die in een chassis passen. Geel als het om ESX-blades ging (om virtuele machines te kunnen leveren), rood als het om fysieke bare metal blades ging.

De bouwplaat (kast) was iets te groot, maar vakkundig knipten we hem tot exact de juiste kastgrootte van links en rechts 8×8 bolletjes voor een bare metal (rode) silo, en 12×8 bolletjes voor een virtuele (gele) silo. Met een looppad ertussen die de fysieke locatiescheiding aangaf.

Vervolgens gingen we de bouwplaat volbouwen met wat er momenteel al ingebouwd stond. Mooi zichtbaar: het virtuele datacenter nr 2 (VDC2) was helemaal tot de nok toe groen volgebouwd met chassis, terwijl het net opgeleverde virtuele datacenter nr 3 (VDC3) het met slechts 2×3 groene blokjes moest doen.

Daarna gingen we de chassis volstoppen met de ‘blades’ en al snel zaten alle groene blokken vol met kleine geeltjes of kleine roodjes. 1 kleur per bouwplaat, dat is de regel. (“gij zult geen virtueel en fysiek op 1 silo mixen”). En meteen vreemd: ik zag nog wat groen schemeren onder het rood en geel.
In de xls nooit opgevallen, tijdens het legoblokken plaatsen zeer zichtbaar: blijkbaar waren niet alle chassis nog volgebouwd met het maximaal aantal blades.

Toen de voorraad visualiseren: 3 groene blokken, 15 rode blokjes en 40 gele blokjes lagen te wachten voor het bouwblok, en 4 groene blokken, 1 klein bouwplaatje en 45 gele blokjes stonden op een karretje in bestelling te zijn.

En als laatste de klantvraag – we plakten de klantnaam op kleine, middelgrote en grote legomannetjes (klantgrootte werd bepaald door huidig aantal servers) en zetten de legomannetjes voor het virtuele datacenter waarop hun servers draaien. Vervolgens legden we rode dan wel gele blokjes voor hun voeten die hun huidige bestelling/forecast visualiseerden.

En toen kwam het leuke: scenario’s naspelen. We begonnen met klantvraag-gebaseerd bouwen, de vraag van grootste klant eerst. Dat paste goed. Echter al bij de volgende klant kwamen we in de problemen: wel genoeg rode blokjes om aan zijn vraag te voldoen, maar geen groen blokje om ze op te plaatsen. Hm, bestelling was dus hard nodig…

Ander scenario: op tijd van bestelling bouwen. Ook daar een fysieke uitdaging: voor klant A hadden we wel genoeg groene en rode blokken maar was er geen bouwplaatruimte meer over.
Ik zal verder alle lego-verplaatsingen niet benoemen, maar we hebben veel geleerd.

  • praten in blokjes en kleuren (“we hebben nog maar 3 groene”) geeft je een eenduidige taal en perceptie
  • zichtbaar maakt bespreekbaar (discussie over wat bouwen en wat bestellen ging veel makkelijker)
  • schuiven met blokjes maakt “the invisible rules” zichtbaar (waarom mag je eigenlijk geen geel blokje bij een rood blokje op een groen groot blok plaatsen? Waarom kun je niet een klantblokje van het ene virtuele datacenter naar het andere datacenter omklikken om zo ruimte te maken voor grotere klantvraag? Kun je niet een grotere blade gebruiken – een 4-pits-geel blokje blijft toch best hangen op 1 groen bolletje?).

IT visualiseren – het kan dus! Op naar de lego-winkel…

Marianne Faro, www.itility.nl

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here