Home Arbeidsmarkt & Onderwijs Softwarehuizen: een analyse en open brief aan Daan Rijsenbrij

Softwarehuizen: een analyse en open brief aan Daan Rijsenbrij

71
Wessel van Alphen

Geachte heer Rijsenbrij, beste Daan,

U schreef een uitdagend stuk over de opkomst en ondergang van softwarehuizen op deze site, mooie kritiek, een onderwerp waar ik graag op reageer. U stelt de ontwikkeling van de softwarebranche in een helder historisch perspectief en benoemt daarbij een aantal pijnpunten en roept vragen op. Om er enkele uit te lichten:
– hebben softwarehuizen toekomst?
– is het aanname en opleidingsbeleid in de vorige eeuw goed geweest?
– kunnen we automatisering automatiseren?
Mijn antwoorden in het kort: ja, ja, nee. Laat mij dit toelichten.

Hebben softwarehuizen toekomst?
Ja, zeker weten, maar niet in de huidige vorm. U doelt hier op een categorie bedrijven die als softwarehouse door het leven gaan, maar in wezen ‘applicationbuilders’ zijn. Zij maken, in samenspraak met opdrachtgevers, informatiesystemen waarbij de computer een niet onaanzienlijke rol speelt. Doel van ieder informatiesysteem is natuurlijk om gegevens te verzamelen, te verwerken en tot informatie te veredelen. Deze behoefte zal altijd blijven bestaan. De applicationbuilders annex softwarehouses maken gebruik van de op dat moment bestaande hulpmiddelen. Zij zullen van die hulpmiddelen ook alles moeten weten en deze moeten kunnen toepassen. Zij ontwikkelen geen tools, maar toepassingen. Deze softwarehouses hebben in de vorige eeuw een toonaangevende rol gespeeld bij bouw van applicaties. De verschillende methoden om tot een goed en beheersbaar ontwikkeltraject te komen zijn mede door hen vormgegeven. Dat was toen namelijk een van de grootste problemen, volgens mij nu nog steeds overigens. Het door Pandata ontwikkelde SDM was en is een absolute topper.

Er is ook een andere categorie softwarehouses, dat zijn de softwarehouses die zich wel bezighouden met de technische ontwikkeling van software zelf. Dat zijn echter geen applicatiebuilders, maar leveranciers van allerlei tools, hulpmiddelen en systemen om applicatieontwikkeling mogelijk te maken. Ik denk hierbij toch aan bedrijven als Oracle, Apple en Microsoft.

Dat economische motieven een rol spelen is, zoals bij vele ontwikkelingen, een krachtige drijfveer en is heel normaal. Waar vraag is komt het aanbod vanzelf. Tegenwoordig is de vraag veranderd. Het businessmodel van de applicationbuilders zal moeten veranderen. Bodyshopping is voor deze softwarehouses verleden tijd. Zij zullen met oplossingen moeten komen. Specialisten zelf kunnen door opdrachtgevers op heel andere wijze in huis worden gehaald, bijvoorbeeld door een beroep te doen op zelfstandige IT-professionals. Dat laatste kan ik natuurlijk van harte aanbevelen. Ergo, ja er is toekomst voor softwarehouses.

Was het aanname- en opleidingsbeleid in de vorige eeuw goed?
Ja, maar hier een genuanceerd ‘ja’, want men is wel wat kortzichtig geweest. Men heeft verzuimd om zich door te ontwikkelen, en dat is jammer. De IT-branche is bij uitstek een branche waarbij het credo “een leven lang leren” opgaat, Mijn eigen omscholing naar computerprogrammeur in 1969 heeft precies 6 weken geduurd. Een paar cursussen G.I. (geprogrammeerde instructie) bij IBM was alles en ook toereikend. U moet het namelijk wel zien in de geest van die tijd. Computers waren ingenieuze apparaten (vonden wij toen) en boden enorm veel mogelijkheden. Er ontstond een gigantische vraag naar toepassingen en dus applicatieontwikkelaars. Er was een ware wedloop gaande. Bestaande processen móesten geautomatiseerd worden, vooral om de concurrentie voor te blijven. Maar waar haalde je zo snel ontwikkelaars vandaan?

Er was nog een ander maatschappelijk probleem. Namelijk de grote werkeloosheid onder pas afgestudeerden. Vooral in de hoek van de zogenaamde ‘softe’ studies was geen emplooi te vinden. Eén en één is twee, afgestudeerden werden omgeschoold tot software-ontwikkelaar. Er was een antwoord op de grote vraag naar applicatiebouwers gevonden. Men had iets dieper moeten nadenken en toekomstgerichte opleidingstrajecten moeten opzetten. Van primaat tot guru! (trouwens, ik dacht dat guru’s juist uit India kwamen). De softwarehouses hebben daar zeker een steekje laten vallen, anders waren zij nu weer toonaangevend in de branche geweest.
De toekomst voorspellen blijft moeilijk, daarom ben ik nu zo blij met de komst van e-CF. Eindelijk wordt er nagedacht over benodigde competenties voor nu en voor in de toekomst. e-CF staat nog in de kinderschoenen, maar is wel een goed uitgangspunt en biedt mogelijkheden om tot gerichtere opleidingstrajecten te komen.
Opleiding en training staan nu volop in de aandacht en dat is goed. Had dat eerder gemoeten? Ja, eigenlijk wel, maar laten we deze trage gang van zaken maar wijten aan het evolutieproces van de branche.

Kunnen we automatisering automatiseren?
Nee, dat kan volgens mij niet, want dan heb je computers nodig die net zo onlogisch kunnen denken als mensen. Bij computers is uiteindelijk alles nog gebaseerd op een ja of nee, een aan of uit, een wel of niet. Het denkproces bij mensen is zo onlogisch, zo weinig gestructureerd, maar tegelijkertijd wel geweldig inventief en creatief. Daar kan geen computer tegenop. Wat de mens, het bedrijfsleven en onze branche nodig heeft is een goede visie. Een visie op de toekomst om onze eigen ‘zinvolle’ toepassingen te maken.

Daan, ben je ook zo nieuwsgierig hoe de wereld er over 50 jaar uitziet? Wist je dat 50 jaar geleden de Beatles hun eerste single ‘love me do’ uitbrachten, een ‘doorbraak in de muziek ‘ die de evolutie van de muziekwereld in gang heeft gezet. Konden we maar voorspellen, dat zou het leven van de toekomstige generaties een stuk makkelijker maken. Helaas kunnen we de toekomst niet voorspellen, dat konden we 50 jaar geleden ook al niet. Gelukkig maar, anders hadden we nu deze discussie niet gehad.

Groet, Wessel van Alphen, Directeur IT-Staffing

1 REACTIE

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here